Een glas water staat op tafel wanneer Nancy Rijssel tegenover me gaat zitten. Buiten beweegt Almere in hoog tempo voorbij, maar binnen lijkt alles even te vertragen. Dit is geen strak ingericht kantoor waar de tijd wordt gedicteerd door afspraken. Het is een plek waar jongeren binnenkomen met volle hoofden en soms met iets meer ruimte weer vertrekken.
“Ze noemen het dakloosheid,” zegt ze. “Maar ik zeg altijd: jongeren die geen huis hebben. Thuisloos zijn.”
Ze kijkt kort op.
“Dat is echt iets anders.”
Het begin van Stichting YALC
Het begon niet met een beleidsplan, maar met een crisis. Haar dochter werd ernstig ziek. Wat begon met aanhoudende buikpijn, veranderde in een lange zoektocht langs artsen, onzekerheid en misverstanden.
“Ze dachten eerst aan een eetstoornis,” zegt Rijssel. “Maar niemand wist precies wat het was.”
Haar dochter viel steeds verder af. 46 kilo bij een lengte van 1,73 meter. Toch bleef de oorzaak onduidelijk.
“Ze werd alleen maar zieker.”
Pas na aandringen volgde een echo. Die liet iets anders zien dan verwacht: ernstige ontstekingen in de buik. Een spoedoperatie volgde, waarbij een deel van haar darm werd verwijderd.
Maar wat blijft hangen, is niet alleen de medische kant.
“Ik moest mijn pet als moeder afzetten en als professional het gesprek aangaan,” zegt ze. “Met artsen, met school, met instanties. En je moet zó hard vechten om gehoord te worden.”
Van ervaring naar missie
Die ervaring blijft knagen.
“Hoeveel jongeren lopen hier nog meer tegenaan zonder dat iemand het ziet?” vraagt ze zich af.
Het antwoord wordt het begin van Stichting YALC (Young Adult Life Coaching): een initiatief voor jongeren en jongvolwassenen die vastlopen in zorg, systeem en leven.
Maar het echte keerpunt komt later.
Wanneer ze een jonge dakloze man uit Iran begeleidt, schuift haar eigen verleden naar de voorgrond.
“Dat raakte me extra,” zegt ze. “Want toen kwam mijn eigen verhaal terug.”
Ook Rijssel was ooit dakloos. Twintig jaar oud, zonder vaste plek.
“Dat heb ik lang weggestopt,” zegt ze zachter. “Maar toen kwam het weer boven.”
Vanaf dat moment krijgt haar werk een diepere laag. Minder afstandelijk, meer persoonlijk.
Een koffer vol verhalen
De jongeren die binnenkomen, nemen meer mee dan een hulpvraag.
“Ze komen hier met een rugzak,” zegt ze. “Of eigenlijk een koffer.”
Een koffer vol ervaringen die te zwaar zijn om alleen te dragen.
Ze leunt iets naar voren.
“En als ze weggaan, hoop ik dat ze iets hebben kunnen achterlaten.”
Soms is dat zichtbaar.
“Dan lopen ze lichter naar buiten. Alsof er iets van hun schouders is gevallen.”
Meer dan hulpverlening
Haar werk draait niet alleen om oplossingen, maar om aanwezigheid.
In een televisieprogramma werd ze door een jongere een “fairy godmother” genoemd.
Rijssel glimlacht kort.
“Maar het is niet magisch.”
Ze knikt naar het glas water.
“Soms is het gewoon even samen zitten. Dat is al genoeg.”
Volgens haar is dat wat jongeren het meest missen: iemand die echt luistert.
“Niet alleen hoort,” zegt ze.
“Maar echt luistert.”
Liefdevol streng
Ze is bereikbaar, ook buiten kantooruren. Maar ze staat niet altijd “aan”.
“Ze voelen dat ook,” zegt ze. “Ze bellen niet zomaar.”
Sommigen blijven jarenlang in begeleiding. Anderen stromen door.
Ze noemt haar aanpak:
“Ik ben liefdevol streng.”
Warm en betrokken, maar duidelijk.
“Dat hebben ze nodig.”
Een systeem dat knelt
Maar hoe persoonlijk haar aanpak ook is, de problemen waar jongeren tegenaan lopen zijn structureel.
Vooral huisvesting.
“Een kamer vinden is al moeilijk,” zegt ze. “Laat staan een woning.”
Ze zucht even.
“En ondertussen staan er overal lege gebouwen.”
Volgens haar worden oplossingen te weinig benut.
“Er zijn mogelijkheden,” zegt ze. “Maar we kiezen er niet voor.”
En dan, scherp en zonder aarzeling:
“Een dak boven je hoofd is geen luxe, het is een recht.”
Tussen wal en schip
Vooral jongvolwassenen vallen buiten bestaande systemen.
“Na je achttiende moet je ineens alles zelf kunnen,” zegt ze. “Maar zo werkt het niet.”
Ook daarna blijft de behoefte aan ondersteuning groot.
“Als iemand hulp vraagt, ga ik niet zeggen: je bent te oud.”
Licht
Op dit moment begeleidt Rijssel zes jongeren intensief. Bewust.
“Het gaat niet om aantallen,” zegt ze. “Maar om kwaliteit.”
Het zijn lange trajecten, vol kleine stappen.
Niet altijd zichtbaar voor de buitenwereld, maar wel voelbaar voor wie het meemaakt.
Ze glimlacht.
“Ik zie elke dag dat het anders kan.”
Even stilte.
“Er is altijd licht aan het einde van de tunnel.”
Ze kijkt op.
Het glas water staat er nog steeds.
Onaangeroerd.
Alsof de tijd hier toch even heeft stilgestaan.
Dan schuift ze het langzaam een stukje opzij.
“Soms moet je alleen iemand hebben die met je meeloopt.”




