ALMERE – Dakloosheid, zorg en huisvesting: het zijn thema’s die vaak los van elkaar worden besproken, maar volgens Peter Prins hangen ze onlosmakelijk samen. Vanuit zijn eigen ervaring én zijn werk in het sociaal domein ziet hij dagelijks waar het misgaat en waar het beter kan.
“Het is een beetje het kip-en-ei-verhaal,” zegt Prins. “Is het een huisvestingsprobleem of een zorgprobleem? Vaak is het allebei.”
Werken in ‘eigen eilandjes’
Volgens Prins ontbreekt het in Almere niet aan organisaties die zich inzetten voor mensen in kwetsbare situaties. Van zorginstellingen tot woningcorporaties en kleine initiatieven: het aanbod is groot. Toch gaat het in de samenwerking nog vaak mis.
“Je ziet dat iedereen op zijn eigen eiland zit,” legt hij uit. “Er is wel verbinding, maar die wordt niet altijd benut.”
Prins is bestuurslid bij Soneta, het sociaal netwerk waarin vooral kleinere organisaties samenwerken. Juist deze initiatieven, vaak zonder subsidie van de gemeente, spelen volgens hem een belangrijke rol.
“Er zijn heel veel kleine organisaties die dichtbij de mensen staan en veel impact maken, maar die worden niet altijd meegenomen.”
Ervaringsdeskundigen als sleutel
Een belangrijk punt voor Prins is de inzet van ervaringsdeskundigen. Mensen die zelf dakloosheid of andere problemen hebben meegemaakt, kunnen volgens hem beter inschatten wat nodig is.
“De gemeente zit vaak achter een bureau en werkt vanuit regels. Maar mensen die het zelf hebben meegemaakt, weten hoe het echt is en staan ook dichter bij de doelgroep.”
Hij pleit ervoor om deze groep vaker te betrekken bij beleid en uitvoering. “Je moet ze niet alleen horen, maar echt meenemen.”
Dakloosheid is meer dan geen huis
Dakloosheid kent volgens Prins veel gezichten. Zo is er economische dakloosheid, waarbij mensen door bijvoorbeeld een scheiding hun woning verliezen. Maar er zijn ook jongeren die tijdelijk bij vrienden slapen, arbeidsmigranten die hun baan én huis kwijtraken, en mensen met verslavingsproblematiek. Zelf maakte Prins een periode van economische dakloosheid mee. “Ik had gelukkig een netwerk. Dat maakt echt het verschil.”
Voor mensen zonder netwerk is de situatie vaak veel schrijnender. “Dan kom je snel in een negatieve spiraal terecht. Je bouwt een netwerk op met mensen die zelf ook problemen hebben. Daar kom je niet verder mee.”
Jongeren extra kwetsbaar
Vooral jongeren lopen risico, ziet Prins. Schaamte speelt een grote rol, net als de druk om snel geld te verdienen. “Ze willen snel geld, maar snel geld bestaat niet. Er hangt altijd een prijs aan.”
Volgens hem kan het soms binnen enkele weken misgaan. “Als je kwetsbaar bent en geen steun hebt, kan het heel snel de verkeerde kant op gaan.”
Vooroordelen over dakloosheid
Prins stoort zich aan het beeld dat veel mensen hebben van daklozen. “Mensen hebben heel snel een oordeel. Maar je weet niet wat erachter zit. Het had mij ook kunnen overkomen.”
Hij wijst erop dat achter elk gezicht een verhaal zit. “Sommige mensen denken dat iedereen op straat verslaafd is of het zelf heeft veroorzaakt. Maar zo simpel is het niet.”
Vrijwilligerswerk als opstap
Een belangrijk onderdeel van de oplossing ziet Prins in vrijwilligerswerk. Zelf rolde hij daarin na een moeilijke periode, en dat veranderde zijn leven. “Vrijwilligerswerk is een win-winsituatie,” zegt hij. “Je bouwt een netwerk op, ontwikkelt jezelf en je doet iets voor de maatschappij.” Volgens hem kan het een opstap zijn naar betaald werk. “Het kan de motor zijn om weer vooruit te komen.”
Wel plaatst hij een kanttekening: “De gemeente moet oppassen dat vrijwilligers niet worden ingezet als goedkope oplossing.”
Burgerbaan biedt perspectief
Een initiatief dat volgens Prins goed werkt, is de zogeheten ‘burgerbaan’. Daarbij krijgen mensen een vergoeding voor vrijwillig werk, zonder dat dit ten koste gaat van hun uitkering. “Het geeft mensen ruimte om zich op hun eigen tempo te ontwikkelen,” legt hij uit. “Zonder druk, maar met perspectief.”
Gemeente wil wel, maar zit vast
Hoewel Prins kritisch is, ziet hij ook dat de gemeente wil helpen. Tegelijkertijd zitten gemeenten vast aan landelijke regels. “Ze zijn gebonden aan wetten. Dat maakt het lastig om maatwerk te leveren.”
Toch denkt hij dat er meer mogelijk is. “Je moet soms buiten de kaders durven denken.”
Hulp vragen blijft lastig
Volgens Prins ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij instanties. Mensen moeten ook zelf stappen zetten, al erkent hij dat dat moeilijk kan zijn. “De hulp komt niet naar jou. Je moet hem zelf zoeken. Maar die drempel is vaak hoog, zeker door schaamte.”
Meer begrip en verbinding nodig
Uiteindelijk draait het volgens Prins om één ding: verbinding. “Praat met mensen, niet over mensen,” zegt hij. “Als je echt in gesprek gaat, begrijp je elkaar beter.” Zijn boodschap is duidelijk: achter elk probleem zit een mens en achter elk mens een verhaal.
“Het kan iedereen overkomen.”




