BOUWEN AAN EEN GEZONDE TOEKOMST, een analyse

Bouwen aan een gezonde toekomst. Met zo’n titel zit je altijd goed want wie kan daar nu tegen zijn. Met dit motto presenteert het nieuwe stadsbestuur zich aan de stad. De titel maakt duidelijk dat bouwen de komende jaren topprioriteit is en dat meer dan ooit er aandacht is voor dierenwelzijn, natuur en klimaatverandering. 

7 wethouders staan aan de startstreep. Voor elke partij één met voor het eerst in Almere een coalitie van 7 partijen. De CU en het CDA zijn naar zetelverhouding overbedeeld. Samen één wethouder delen zou beter passen en de stad zo’n 2,2 mln aan kosten hebben gescheeld. 

Van de 7 wethouders gaan er 4 door die kortgeleden aftraden vanwege de tekorten Floriade. Ondanks de verdenking te zijn opgestapt om door te gaan, wil het ‘nieuwe’ bestuur werken aan een andere bestuursstijl, maar is dat ook geloofwaardig? Door een andere bestuursstijl en meer participatie voor bewoners wil de coalitie een antwoord geven op de historisch lage verkiezingsopkomst in Almere. Een concrete uitwerking ontbreekt echter. Met de raad wordt er transparanter gecommuniceerd en meer punten zullen open aan de raad worden voorgelegd. Opvallend ontbreekt de Floriade helemaal in het akkoord. Snel vergeten zand erover, zo lijkt de boodschap terwijl een aantal geleerde lessen hier toch op zijn plaats zou zijn. Temeer nu een meerderheid van het bestuur bestaat uit wethouders die juist om de Floriade zijn afgetreden.

Wonen is dus topprioriteit met handhaving van de bouwdoelstelling van 2450 nieuwbouwwoningen p.j. met nogeens extra 1000 tijdelijke woningen de komende 4 jaar. De doelstelling wist het vorige bestuur bij lange na niet te halen. Zo zijn er vanaf 2020 nog ruim 2000 nieuwe woningen in te halen, dus tweemaal zoveel als het akkoord nu extra aan tijdelijke woningen wil toevoegen. De hiervoor verantwoordelijke VVD wethouder krijgt opmerkelijk een herkansing. Een blik extra ambtenaren moet hem gaan helpen de afstand tussen woondroom en woondaad te overbruggen. Dat zal niet eenvoudig zijn. Cobouw noemde de woningplanning van Almere grotendeels gebaseerd op drijfzand met erg veel zachte plannen. Ook in het akkoord is bijvoorbeeld de IJmeerverbinding (met of zonder autoweg is onduidelijk) voorwaarde voor de duizenden woningen in Pampus maar het Rijk noch de gemeente en provincie hebben tot nog toe geld voor deze lijn gereserveerd. 

Betaalbare nieuwbouw wordt wel met woorden beleden maar concrete maatregelen blijven uit. Er is geen ambitie om versneld aan de eis van 30% sociale huur te voldoen die het Kabinet van gemeenten vraagt. Almere heeft nu 25% sociale huur. De extra tijdelijke woningen zijn geen duurzame toevoeging. Ook is er geen bijstelling van het woonprogramma uit de Woonvisie om 2/3 deel van de nieuwbouw betaalbaar te houden. Dit is een kabinetsvoorwaarde voor rijkssteun. Onder betaalbaar vallen sociale huur, vrijesectorhuur tot €1000 en koop tot €355.000. Almere liep hierdoor eerder miljoenen rijkssubsidie mis, maar het akkoord gaat zonder harde toezegging uit van 75% rijkssteun voor een groot deel van de bouwprojecten in het centrum. Een dekking met risico’s. Nu de woningmarkt lijkt te kantelen loopt Almere ook extra risico als de gemeente te dure woningen wil bouwen. De kiezer had van de nieuwelingen SP en PvdD op dit punt meer mogen verwachten. Illustratief is de herziening van het vermogende Overgooi waar geen enkele sociale huurwoning wordt toegevoegd.

Wel komt er naast een CDA wethouder Armoede een SP wethouder Energiearmoede die armoede door een te hoge energierekening moet voorkomen. Ook komt er een regeling om als gemeente schulden over te nemen om zo de schuldhulpverlening te verbeteren en wordt opnieuw onderzoek gedaan naar de AlmerePas. Deze stond ook al in het vorige coalitieakkoord maar er is nooit uitvoering aan gegeven. Er lijkt echter geen geld voor gereserveerd. De SP heeft duidelijk in dit akkoord armoedebestrijding meer prioriteit gegeven dan betaalbaar wonen. Ook het vaak gehoorde voorstel van de SP om een eigen gemeentelijk woningbedrijf op te richten ontbreekt.

De invloed van de Partij voor de Dieren wordt wel zichtbaar in andere onderwerpen, zowel in woord en geld. Zo komen er voorlopig geen woningen in Pampushout, wordt dierenwelzijn concreet uitgewerkt en is er meer geld voor groenbeheer en onderhoud, inclusief het terugdraaien van oude bezuinigingen. Samen met Klimaat en Dierenwelzijn wordt circa 25% van het beschikbare budget aan deze thema’s besteed. Vreemdgenoeg is een ander speerpunt van de PvdD om in de stadscentra fastfood terug te dringen niet overgenomen. Het akkoord wil fastfood terugdringen op scholen en sportkantines maar expliciet niet in stadscentra’s. 

Waar winnaars zijn, zijn ook verliezers. Grote verliezer in het akkoord is het Onderwijs zeker in geld vergeleken met het extra geld voor Economie. Van de radicale verandering waar het onderwijssector voor de verkiezingen in hun Manifest om vroeg is geen sprake. Er wordt maar beperkt in geïnvesteerd terwijl er miljoenen extra nodig zijn voor hoogstnoodzakelijk onderhoud van bestaande scholen laat staan voor nieuwe scholen om de groei bij te benen. Ook het toenemende lerarentekort krijgt niet de urgentie die het verdiend met in Almere het hoogste letarentekort van heel Nederland en Almere Poort in de top 3 wijken met een tekort aan leerkrachten van maar liefst 27,9% volgens onderzoek van CenterData uit oktober 2021. Geen extra geld hiervoor terwijl de nieuwe linkse coalitie in de concurrentgemeente Amsterdam daar wel extra in investeert. Ook het voornemen voor een 4e technische Universiteit in Almere krijgt geen financiële vertaling. Windesheim is in Almere gekomen mede dankzij een gemeentelijk startfonds voor aanloopverliezen.

Het akkoord laat veel belangrijke zaken open voor de raad in een poging een brug te slaan tussen coalitie en oppositie. Zoals het nieuwe Kunstmuseum, de variant en locatie van het openluchtzwembad, de prioriteit voor onderhoud scholen en een nieuw plan veiligheid en handhaving. Dat lijkt open en transparant maar als de begroting helemaal geen ruimte biedt voor een ‘vrije’ discussie en afweging is het eerder een vegetarische worst met een bijsmaak die wordt voorgehouden. Impliciet geeft de coalitie aan dat er voor het nieuwe Kunstmuseum in deze bestuursperiode geen extra geld is want voor dit Kunstmuseum zijn miljoenen extra nodig. 

Financiën: Almere heeft structureel weinig geld voor nieuw beleid, zo blijkt ook uit de financiële paragraaf van dit akkoord. Er wordt behalve een hogere rioolheffing niet voor hogere lasten voor bewoners gekozen om meer financiële ruimte te maken. Alleen verhoging voor inflatie, maar dat kan met een verwachte inflatie dit jaar van 9,4% nog een aardige stijging geven.

Nieuw beleid wordt grotendeels met incidenteel geld gefinancierd, terwijl vraagstukken als beheer en onderhoud van groen en scholen en bodemverzakking om structurele financiering vragen. 

Door voortaan te lenen i.p.v. te sparen wordt nu eenmalig financiële ruimte gecreëerd, maar dit brengt wel nieuwe renterisico’s met zich mee en deze stijgt momenteel. De coalitie wil als buffer 60 mln. sparen. Bijna evenveel als wat er 2 weken terug extra voor de Floriade nodig was (55 mln), maar over de Floriade spreekt het akkoord niet.

In totaal wordt zo’n 144 mln uitgegeven waarvan 17,6 mln structureel. Het meeste geld gaat naar Groei van de stad en naar Dienstverlening/gemeentelijke organisatie met respectievelijk 18% en 17,3% van het budget. Daar staat voor de gemeentelijke organisatie wel een bezuiniging van 18 mln tegenover. Waaraan al dat geld voor Groei van de stad wordt uitgegeven blijkt niet uit het akkoord.

Al met al een akkoord met plussen en minnen. Een stevig groen en diervriendelijk akkoord dat zeker, maar met een magere inzet op onderwijs en gelet op de ontwikkeling op de woningmarkt een weinig geloofwaardig hoge nieuwbouwambitie waar resultaten uit het verleden meer zeggen. De inzet op betaalbaar wonen is teleurstellend, de inzet op armoede veelbelovend. 

Maar los van alle mooie woorden en voornemens is het vooral de financiële paragraaf die zorgen geeft. Veel voornemens zijn niet financieel vertaald en keuzes die extra geld kosten worden vooruitgeschoven of zijn op zachte aannames gebaseerd. Daar zou toch een les van de Floriade te leren zijn. Keuzes die wellicht uit nood zijn geboren omdat juist de Floriade op het laatste moment de ruimte in de jaarrekening 2021 wegkaapte. Daarom is concluderend de vraag gerechtvaardigd of in dit akkoord het bouwen aan een gezonde toekomst niet op drijfzand is gebaseerd? Dan geven we het aangekondigde herstel van vertrouwen met 4 terugkerende wethouders zonder duidelijk geleerde lessen maar even het voordeel van de twijfel.